Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

Albert Hahn

  • alberthahnvp
    Albert Hahn maakte in zijn korte leven meer dan 3000 spotprenten. Ook buiten socialistische kringen werd hij gewaardeerd.

    Het Volk, 5 augustus 1918:

    Hij overwon alle zwakheid, alle smart, en hij ging ons voor in den strijd, hij bracht jubel in onze feesten, hij beurde ons op bij onze nederlagen, hij sloeg onze vijanden, hij liet suizend zijn zwaard op hen neerkomen, hij drong ze terug met zwierigen spot.

    Hoewel je het misschien niet zou verwachten, was de held die in bovenstaande woorden postuum geëerd wordt een tekenaar; een hele rode spotprenttekenaar. Albert Hahn (1877-1918) was bekend en geroemd – zelfs de Telegraaf schreef een dag na zijn overlijden “het is niet noodig, sociaal-democraat te zijn om Albert Hahn te kunnen waardeeren”.

    Hahn was geboren in, zoals hij zelf ooit zei “fatsoenlijke armoede” in een arbeidersgezin in Groningen. Als tiener volgde hij met succes tekenlessen op de Rijksacademie Minerva, waarna hij zijn studie voortzette in Amsterdam. Hier werd Hahn rond 1900 lid van de SDAP. Zijn allereerste wapenfeit was het maken van omslag en illustraties van een boekje over slechte woontoestanden in Amsterdam. De meer dan 100 tekeningen van in armoede levende mensen maakten diepe indruk en het zou het begin zijn van Hahns strijd: met een pen als zwaard en het papier als strijdveld streed hij zijn hele verdere leven voor het socialisme en tegen het kapitalisme, militairisme en de kerkelijke leiders.

    In 1902 won Hahn een prijsvraag van het Sociaaldemocratische dagblad Het Volk waarna hij daar in dienst trad. Voor deze prijsvraag maakte hij een tekening met als thema ‘de brandkast, beschermd met bijbel en wierookvat’, geïnspireerd op Troelstra’s propagandacampagne. Het was Hahns eerste politieke spotprent, waarbij hij de katholieke Schaepman en de antirevolutionair Kuyper op de hak nam. Abraham Kuyper zou nog veel vaker onderwerp van Hahns satirische tekeningen worden, bijvoorbeeld in de in 1904 verschenen prentenserie “onder zwart régime”, waarin hij in twaalf felle kleurentekeningen de toenmalige minister-president en zijn kabinet hekelde.

    Vanaf 1907 ging Hahn aan de slag bij het kritische tijdschrift De Notenkraker, waar hij tot zijn dood de omslagen voor maakte. Ook maakte hij prenten voor verschillende andere bladen. Altijd bedacht hij het onderschrift zelf.

    In zijn leven publiceerde Hahn meer dan 3000 tekeningen. En ondanks dat hij zelf niet lang van zijn roem heeft kunnen genieten – door zijn slechte gezondheid werd hij slechts 41 – leeft zijn naam nog steeds voort. Bijvoorbeeld in de in 2012 door het Persmuseum ingestelde Albert-Hahnprijs, een oeuvreprijs voor politieke prentkunstenaren.

Achtergrond

Terug naar boven