Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

Arbeitseinsatz

  • arbeitseinsatzvp
    Nazi-Duitsland kampte tijdens de oorlog met een tekort aan werkkracht. Daarom werden mannen van jong tot oud gewongen tewerkgesteld.

    In de Tweede Wereldoorlog was de Arbeitseinsatz  de gedwongen tewerkstelling van mannen tussen de 17 en de 40 jaar in Duitsland. Er was in Nazi-Duitsland een tekort aan arbeidskrachten omdat veel mannen door het leger waren opgeroepen om aan het front te vechten. Het regime probeerde de tekorten aan te vullen door dwangarbeiders uit omliggende landen zoals Nederland te halen. Tussen 1940 en 1944 zijn er ongeveer 387.000 Nederlandse mannen in Duitsland tewerkgesteld, maar ook in Nederland zelf werden de dwangarbeiders ingezet.

    Het opsporen van deze arbeiders ging niet vanzelf. Veel mannen uit de doelgroep van de Arbeitseinsatz doken onder om zo aan de tewerkstelling te ontkomen. Vaak viel de Arbeitseinsatz scholen en bedrijven binnen, waarbij het kon voorkomen dat alleen vrouwen of jongens van onder de zeventien jaar aanwezig waren.  De Arbeitseinsatz bleef desondanks onvermoeibaar doorzoeken. Vooral in de laatste oorlogsjaren werden er veel klopjachten en razzia’s gehouden om potentiële dwangarbeiders te vinden.  In 1942 werd de Arbeitseinsatz ook als smoes gebruikt om Nederlandse Joden naar Duitsland te deporteren: er werd verteld dat ze naar speciale werkkampen werden vervoerd , maar in plaats daarvan kwamen de joden in concentratiekampen terecht.

    De Nederlandse overheid stimuleerde de Arbeitseinsatz. Voor en tijdens de oorlog hield de regering de arbeidssteun van een werkloze man in als deze weigerde in Duitsland aan het werk te gaan. De bezetter probeerde een einde aan de vakbewegingen te maken en maakte van het NVV (Nederlands Verbond van Vakverenigingen) een eenheidsorganisatie voor alle arbeiders. Zo kreeg het NVV de taak om het nationaalsocialisme bij arbeiders te promoten. Het dagelijks bestuur werd ontslagen en de NSB’er Woudenberg werd aangesteld als commissaris. Oud-voorzitter Kuypers en andere (oud-) bestuurders bleven desondanks vakbondsleden  tot verzet oproepen en streden tot het uiterste voor de arbeidersbelangen.

    De andere vooroorlogse vakcentrales verschilden ook van mening over de Arbeitseinsatz. De voorzitter van het RKWV (Rooms Katholiek Werkliedenverbond) Adrianus de Bruijn liet zich positief uit over de tewerkstelling van Nederlandse arbeiders, nadat hij kort na de Duitse inval in 1940 op studiereis naar de Duitse fabrieken was geweest. Antoon Stapelkamp, voorzitter van het  protestantse CNV (Christelijke Nationaal Vakverbond),  was minder positief over de bezetter en de Arbeitseinsatz. Het CNV ging onder zijn leiding dan ook niet akkoord met de instelling van één vakverbond onder NSB-leiding. Desondanks ging Stapelkamp wel mee met dezelfde studiereis als De Bruijn, iets dat hem nog lang werd verweten. 

Achtergrond

Terug naar boven