Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

Bestuurders achter het stuur

  • Fiat 500
    Om vakbondsleiders door het land te laten reizen stelt de NVV autootjes ter beschikkeng. Met onvoorziene gevolgen.

    Het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) was de grootste landelijke vakbond van de twintigste eeuw. De bond vertegenwoordigde bijna alle bedrijfstakken, van industriewerkers en metaalbewerkers tot kappers en typografen. De vakbondsleden woonden en werkten overal,  en om met de leden in contact te blijven reisden de vakbondsbestuurders stad en land af, wat vaak een tijdrovende en vermoeiende onderneming bleek.

    Toen in het naoorlogse Nederland de welvaart begon toe te nemen, profiteerde ook het vakbondskader: In de jaren ’60 schafte de bond een aantal bescheiden Fiatjes aan, waarmee de bestuurders zich door het land konden bewegen, om zo ook de verder afgelegen of moeilijker te bereiken afdelingen te bezoeken.

    Arie Groenevelt (1927), oud-voorzitter van de Industriebond, vertelt in zijn memoires dat om de groei van de vakbond en de gestegen werkdruk het hoofd te kunnen bieden, er voor elke twee bestuurders één Fiat 600 ter beschikking werd gesteld. Het NVV was in vergelijking met de andere vakbonden zijn tijd ver vooruit met de inzet van deze “bedrijfsauto’s”. De vakbondsbestuurders hadden dan ook regelmatig lifters: collega’s van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en het Nederlands Katholiek Vakverbond (NVK) waren geregeld in de NVV-Fiatjes te vinden.


    Hoewel de vakbonden aan de onderhandelingstafel wel eens onenigheid met elkaar hadden, waren de ritten met de verschillende vakbondsbestuurders vaak gezellig volgens Groenevelt. De gezamenlijke ritten in de kleine autootjes hebben zeker bijgedragen aan de verbetering van de sfeer tussen de bonden, en de fusie tussen het NVV en het NVK (de FNV ontstond in 1976), makkelijker gemaakt.

    De vakbondsauto was dus een groot succes, zowel voor de NVV-bestuurders als voor hun band met de andere vakbonden. Toch onderstond er gaandeweg steeds meer gedoe over het met zijn tweeën delen van één Fiat. De schoonmaak van de auto en de beperkte beschikbaarheid zorgden voor problemen: het was erg vervelend wanneer een NVV-bestuurder in de week dat hij de auto niet had, toch naar een afgelegen gebied moest reizen. Daarom besloot het NVV onder groot applaus van de betrokkenen  na een paar jaar dat elke bestuurder een eigen Fiat 600 zou krijgen.

Achtergrond

Terug naar boven