Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

Betondorp

  • betondorpvp
    Na de Eerste Wereldoorlog kampt Amsterdam met woningnood. Het stadsbestuur bouwt een wijk vol arbeiderswoningen, maar wel goedkoop!

    Na de Eerste Wereldoorlog kampte Amsterdam met een hoge woningnood. Het stadsbestuur besloot in Zuid-Watergraafsmeer arbeiderswoningen te bouwen. Prijzige bouwmaterialen en stijgende lonen dwongen de bestuurders echter op de portemonnee te letten. Daarom gaven zij de architecten Han van Loghem en Dick Greiner opdracht “betonwoningen” te bouwen, naar Engels voorbeeld. Zo verrees Tuindorp-Watergraafsmeer tussen 1923 en 1925 uit de polder.

    Tuindorp-Watergraafsmeer was een experiment met het systematisch bouwen buiten het toenmalige centrum van Amsterdam. De nieuwe wijk in werd een spinnenwebvorm geconstrueerd. De buurt bestond uit  een-  en  tweegezinswoningen van beton, maar men bouwde ook een aantal huizen van baksteen. Qua architectuur kwamen hier de “Amsterdamse School” en het “Nieuwe Bouwen” samen.  Zo kregen arbeiders een plek in de stad die aan het gezonde platteland grensde. Vandaar dat de nieuwe wijk als snel onder de naam “Betondorp” bekend kwam te staan: een dorp in de stad. Straatnamen als  “Veeteeltstraat, “Akkerstraat” en “Brink” versterkten die associatie.

    Arbeiders dienden zich volgens het (socialistische) stadsbestuur te verheffen. Daarom ruimde men in het hart van het dorp plaats in voor een openbare leeszaal en een verenigingsgebouw. In het “rode" dorp was uitdrukkelijk geen plaats voor een kerk en een café. De bewoners van het dorp stemden steevast op de socialisten en de communisten. Men geloofde heilig in een klasseloze maatschappij. Daarin hadden de kinderen van de arbeider het recht op kennis, geluk en goederen. Dit in tegenstelling tot de arbeidersgezinnen die voorheen mede door slechte woonomstandigheden aan lager wal raakten. In Betondorp woonde de “nieuwe” arbeider.

    Die nieuwe arbeider geloofde dat er voor toekomstige generaties meer was dan alleen maar werken in een fabriek. De socialistische dorpelingen motiveerden hun kinderen hun best te doen op school. Dat zou immers de kans op een betere baan vergroten. Veel kinderen uit Betondorp maakten de middelbare school af, ook meisjes, die vaak doorwerkten na het huwelijk. Zo verlegden die arbeiderskinderen de horizon van hun klasse.

    Betondorp was dientengevolge ook een broeinest van talent, en bracht veel bekende en vooraanstaande Nederlanders voort. Meyer Sluyser woonde er, de gebroeders Van het Reve groeiden er op, net als Fré Cohen en later Willeke van Ammelrooy en natuurlijk Johan Cruyff. Tegenwoordig is Betondorp een wijk als vele andere. Tuindorp-Watergraafsmeer is gerestaureerd   om het bijzondere karakter te behouden. Het centrum van wat ooit een bolwerk van de verheven arbeider was, is sinds 1988 rijksmonument.

Achtergrond

Terug naar boven