Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

Bij kaarslicht

  • Bij kaarslicht

    De waskaarsenfabriek

    Vrouw Kamphuizen

    Anders dan nu, waren kaarsen in de negentiende eeuw nog een belangrijke lichtbron. Die kaarsen werden geproduceerd in een kaarsenfabrieken, waarvan de aanwezigheid niet bepaald prettig werd gevonden door omwonenden. De stinkende walm die de Koninklijke Fabriek van Waskaarsen aan de Boerenwetering in Amsterdam (ongeveer waar nu het Rijksmuseum staat) uitstootte, was bij zuidenwind zelfs in de Kalverstraat te ruiken.

    In de kaarsenfabriek in Amsterdam werd soms wel 36 uur achtereen gewerkt. ‘Vrouw Kamphuizen’ vertelde de Enquête Commissie in 1887 dat ze op zo’n dag haar man en kinderen, die thuis op haar zaten te wachten, een bericht moest zenden dat ze de hele nacht door zou blijven werken. Ze kon trouwens niet eens naar huis, want de directie van de fabriek liet het pontje over de wetering stilleggen. Lange dagen waren niet de enige zorg van de arbeidsters in deze kaarsfabriek. Voor iedere mislukte of misvormde kaars werd namelijk een boete opgelegd, soms wel van een gulden. Dat was tien uur werk dat zo van je loon werd afgehouden.

    waskaarsenfabriek1

    Collectie Stadsarchief Amsterdam

    Cornelia Doorman

    ‘- Gij hebt een kwaad leven meid?

    Best niet, om met vierhonderd centen Zaterdags tehuis te komen en Maandags weder zonder iets opnieuw te beginnen.’

    Dat antwoordde Cornelia Maria Doorman, genoemde vrouw Kamphuizen, tijdens de Arbeidsenquête van 1887. Haar baas, fabrieksdirecteur Hartogh, vertelde de enquêtecommissie overigens dat je die arbeiders niet hoefde te geloven, omdat ze meestal dronken waren.

    Cornelia’s getuigenis weerspiegelt de uitzichtloosheid van het arbeidersbestaan. Sparen zat er überhaupt niet in. Een deel van het loon werd doorgaans ingehouden als straf, een deel werd uitgegeven aan de huur, en van wat overbleef kon men brood kopen. Cornelia was ten tijde van de Enquête dertig jaar en zorgde al achttien jaar voor de kost met haar werk in de waskaarsenfabriek. Haar man is al die jaren werkloos geweest, zelfs nog voordat ze getrouwd waren.

    Cornelia’s verklaring geeft een goed beeld van het doorzettingsvermogen van arbeiders, vrouwelijke in het bijzonder. Zo verliet ze acht dagen voor haar bevalling de fabriek om zich voor te bereiden op de komst van haar baby. Het kwam ook voor dat een vrouw tussen de machines beviel. En veertien dagen na de bevalling stond ze alweer in de fabriek. Dat is wel erg snel, zouden wij nu denken. Maar wanneer je niets uitbetaald krijgt gedurende je afwezigheid en je man werkloos is, dan is zwangerschapsverlof toch echt een te grote luxe.

Achtergrond

Terug naar boven