Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

Dat gaat met strokarton...

  • Dat gaat met strokarton...

    Het goud van Oost-Groningen

    Harmannus Stoker

    De Groningse strokartonindustrie maakte aan het eind van de negentiende eeuw een flinke groeispurt door. In 1867 werd in Leeuwarden de eerste fabriek geopend, en dat gebeurde twee jaar later ook in Groningen. De fabricage van strokarton zorgde voor een winstgevende bestemming voor het landbouwafval van de rijke herenboeren. Het leverde veel werkgelegenheid op, en er schoten talloze fabrieken op uit de noordse gronden. Maar de fabrieken brachten niet voor iedereen welvaart. Voor de jonge Harmannus Stoker, die vanaf zijn twaalfde in de fabriek werkte, was het wel duidelijk dat de wereld niet eerlijk in elkaar stak. In zijn dagboek noteerde hij:

    ‘Ik vroeg me toen weleens af waarom de één er piekfijn uit ziet, met mooie kleren en alles heeft wat z’n hartje begeert. Waarom wij niet? Onder de arbeiders was niet zoveel geschil, maar als ik de andere mensen zag lopen op straat… ‘Waarom wij niet?’ dacht ik dan altijd. Want ik moest mee naar de fabriek om wat bij te verdienen.’

    Noodtoestand

    De fabrieken bepaalden het leven voor de arbeidersgezinnen. De omstandigheden waren er slecht, stofvezels verwoestten de longen en soms vonden er ook explosies plaats. Als een arbeider daarbij zijn hand verloor mocht hij wel blijven werken, zij het voor de helft van het loon. De slechte omstandigheden hadden ook ‘voordelen’: er zat zoveel methaangas in de afvoersloten, dat de kinderen in de dorpen zich prima vermaakten met het in brand steken van het stinkende water. Als er eens iets te vieren viel liep dat zeker niet altijd even goed af. Harmannus weet zich te herinneren dat bij de viering van een jubileum in Oude Pekela vuurwerk werd afgestoken bij de aardappelmeelfabriek, om de feestelijkheden kracht bij te zetten. Het liep anders, de fabriek brandde af, het overgebleven vuurwerk werd nat van het bluswater… Het feest viel letterlijk in het water.

    Door de armzalige omstandigheden bleek de regio erg gevoelig voor de ideeën van anarchisten en socialisten. In 1886 werd er in Hoogezand-Sappemeer een afdeling van de Sociaal Democratische Bond opgericht, onder aanvoering van Tjerk Luitjes, al snel gevolgd door tientallen andere afdelingen. Luitjes’ opruiende toespraken ontaardden soms in baldadigheid bij de menigte, en dit bracht de gemoederen bij zowel fabrieksbazen als autoriteiten geregeld tot het kookpunt. In 1892 werd zelfs de noodtoestand afgekondigd in het rumoerige Groningen, en de kleinste dorpen kregen hun eigen marechausseegarnizoen. De revolutie leek dichtbij.

Achtergrond

Terug naar boven