Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

De Goede Baas

  • De Goede Baas

    Jacques van Marken, sociaal ondernemer avant la lettre

    De goede baas

    Sommigen werden stinkend rijk van de fabriek, zonder er ooit een voet binnen te zetten. En intussen gingen de arbeiders er aan onderdoor. Hoewel veel fabrieksdirecteuren zich niet bekommerden om wantoestanden in de fabriek, en kleine looneisen van hongerende arbeiders af werden gedaan als een kwestie van vraag en aanbod, liggen tussen de kwellingen van de fabriek ook de wortels van het sociale ondernemerschap verborgen. Eén naam die hierbij in het oog springt, is die van Jacques van Marken (1845-1906).

    Van Marken was directeur van een drietal fabrieken, waaronder de Nederlandsche Gist & Spiritusfabriek in Delft. Hij stond bekend om zijn sociale betrokkenheid bij zijn personeel, waarmee hij voor velen een voorbeeldfunctie vertolkte. Het bedrijf zorgde voor werk, woongelegenheid, onderwijs en ontspanning. Het premiestelsel voor werknemers diende om de arbeiders te motiveren, en de aanleg van het woongebied Agnetapark bood de arbeiders fatsoenlijke woningen. De krant de Fabrieksbode hield de medewerkers op de hoogte over het wel en wee in de fabriek.

    Slimme Zakenman

    Toch is het moeilijk te beoordelen hoe goedgezind Van Marken zijn werknemers daadwerkelijk was. Hij was vooral een slimme zakenman die zijn tijd ver vooruit was. Als fabriekseigenaar had hij de beschikking over een hogere winstmarge dan in de traditionele economische bedrijven werd behaald. Die kon hij goed gebruiken om zijn werknemers een hoger loon uit te keren. Zijn inzicht om hen via het premiestelsel feitelijk te laten profiteren van hun eigen productie maakt hem vooruitstrevend, maar hij wist zo zijn werknemers ook slim te stimuleren harder te werken.

    Van Marken besefte ook dat de werknemers uiteindelijk de handen en voeten van het bedrijf waren, en dat een goede opleiding een voorwaarde was voor een succesvol bedrijf. In zijn eigen blad lichtte hij de noodzaak van het leerlingstelsel toe: ‘onze fabriek moet beter werklieden hebben dan die thans (…) in onze gelederen staan. Wij wenschen in de fabriek mannen, die meer kunnen, meer weten en begrijpen, daardoor meer belangstelling, meer liefde en toewijding tot den arbeid hebben en daardoor het werk voordeeliger en beter doen dan thans het geval is.' Dit sloot bovendien goed aan bij de verheffingsidealen van de socialisten. 

    Van Marken was dan ook een voorstander van de sociaaldemocratie, maar moest weinig hebben van de revolutionaire tak. Daarmee viel maar lastig te onderhandelen. Hij toonde zich openhartig richting stakers, en toonde zich bewust van de dringende sociale kwestie. Angst voor revolutie speelde waarschijnlijk ook een grote rol bij zijn droom van de verheffing van zijn arbeiders: een tevreden arbeider is een rustige arbeider!

Achtergrond

Terug naar boven