Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

De internationale zeeliedenstaking

  • chinezenrdamvp
    In 1911 staakten zeelieden over de hele wereld. In Rotterdam boekte vakbond De Volharding successen.

    Havenwerkers en zeelieden hadden honderd jaar geleden te lijden onder de nodige ontberingen. Werken in de haven was zwaar, en de havenbaronnen waren maar weinig geneigd om toe te geven aan wensen van de arbeiders. Vroeg of laat zou het dan ook onvermijdelijk blijken: staking!

    In 1911 ontstond het initiatief tot een internationale zeeliedenstaking. Zeelui in Amsterdam, Engeland, België en de Verenigde Staten namen hieraan deel. Met het ontstaan van vakbonden was het mogelijk om in georganiseerd verband te gaan staken. De vakbonden waren vaak echter nog niet landelijk georganiseerd, en het verloop en succes van stakingen verschilde daarom enorm per staking.

    Zeelieden in Rotterdam besloten onder de hoede van vakbond de Volharding onafhankelijk op te treden, met andere eisen. Zij moesten niks weten van de Amsterdamse vakbond ANZB en hadden daarom besloten zich apart te organiseren. Deze keuze bleek later van groot belang. De Rotterdammers eisten een verbetering in het loon en de werktijden, maar ook betere voeding en logies aan boord, de afschaffing van het conduiteboekje (waarin het reilen en zeilen van de zeelieden werd bijgehouden) en de vernederende medische keuring voorafgaand aan de vaart. De andere stakers eisten een gezamenlijk minimumloon in alle havens.

    Op 14 juni 1911 begonnen zeelieden in alle havens de stakingen. In Rotterdam weigerden zeelieden aan te monsteren aan schepen van Lloyd en de Holland Amerika Lijn, zoals de beroemde S.S. Rotterdam. Maar vakbond De Volharding was, veel meer dan in Amsterdam, wel bereid tot onderhandelen. De Volharding wilde compromissen sluiten en bereikte al na twee weken een eerste overeenkomst. In Amsterdam breidde de staking zich uit tot een omvang van 2500 man, nadat ook de havenwerkers zich hadden aangesloten. Daar liepen de stakingen uiteindelijk zelfs uit op bloedvergieten tijdens de bloednacht van Kattenburg, waar tientallen gewonden vielen toen militairen het vuur openden op stakers. Maar er werd geen noemenswaardig resultaat behaald. De tactiek van De Volharding bleek daarom achteraf gezien een slimme zet geweest te zijn.

    De stakingen verliepen in de Nederlandse steden minder voorspoedig dan gehoopt. Dit kwam door de toevlucht van de rederijen tot Chinese arbeid. In 1898 werden de eerste (elf!) Chinezen vanuit Londen naar Nederland gehaald, maar tijdens de staking waren er al 765 Chinezen overgebracht. Zij waren bereid tegen een lager loon te werken, vaak onder erbarmelijke omstandigheden. Hierdoor werd de staking gebroken en hadden de inspanningen van de stakers niet het gewenste effect. Veel stakers raakten na de opheffing van de staking hun baan kwijt aan de nieuwe werknemers, die op hun beurt in hun nieuwe werkomgeving vaak ook weer uitgebuit werden.

Achtergrond

Terug naar boven