Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

De kracht van satire

  • zoishetvp
    Het spottend uiten van een mening was in de jaren '60 geen gemeengoed. De uitzendingen van ‘Zo is het toevallig ook nog ’s een keer’ zorgden dan ook voor ophef.

    In 1964 zendt de VARA  het spraakmakende satirisch televisieprogramma Zo is het toevallig ook nog ’s een keer voor het eerst uit. In de uitzending  drijft men de spot met verschillende thema’s in de actualiteit.. Onder de komieken bevinden zich schrijvers, journalisten, acteurs en cabaretiers, onder andere Gerard Reve, Jan Blokker, Rinus Ferdinandusse en Yoka Beretty.

    Het programma, bedacht door Mies Bouwman, was een Nederlandse variant van het BBC-programma That was the week that was. Bouwman groeide als presentatrice bij de omroep AVRO uit tot de meest bewonderde Nederlander. Desondanks besloot de AVRO na 1963 niet langer gebruik te maken van haar diensten. Bouwman hoefde echter niet lang te treuren. Met haar goede reputatie en creatieve geest wist zij al snel een plek bij de VARA te veroveren.

    Het spottend uiten van een mening  was in het Nederland van de jaren zestig geen gemeengoed. De uitzendingen van Zo is het… zorgden dan ook voor een stortvloed aan negatieve reacties. De derde aflevering met daarin het item ‘Beeldreligie’  veroorzaakte een ware rel. Cabaretier Peter Lohr maakte de televisiekijker belachelijk door de liefde voor de buis te vergelijken met de eerbied voor het Christelijk geloof. De Christelijke kijkers ontstaken in woede, terwijl de publieke opinie zich massaal keerde tegen het controversiële programma. De uitingen van ongenoegen aan het adres van de ooit zo geliefde programmamaakster Bouwman escaleerden. (Huize Bouwman kreeg  permanente politiebewaking).

    De ophef rondom Zo is het toevallig ook nog ’s een keer vroeg zelfs om een reactie uit Den Haag. De minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap, Th.H. Bot riep het VARA-bestuur op het matje. Dit lag gevoelig vanwege de sterke band tussen de VARA en de PvdA.

    VARA-bestuurslid Wim Rengelink verscheen op televisie om de verontruste samenleving gerust te stellen. Rengelink verdedigde het programma, door vol te houden dat het niet de bedoeling was groepen mensen uit te zonderen en te kwetsen. Met het programma hoopte de VARA slechts de onwetendheid uit te bannen.

    De programmamakers legden de spanningen in de Nederlandse samenleving bloot, terwijl men de Nederlandse samenleving een spiegel voor hield. Het beeld van de gezagsgetrouwe Nederlander behoorde voorgoed tot het verleden. Het later zo bewierookte programma werd in 1966 stopgezet. Het VARA-bestuur durfde haar vingers toch niet langer te branden aan de veelal controversiële materie.

Achtergrond

Terug naar boven