Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

De Regoutfabriek

  • De Regoutfabriek

    Arbeiders in ’t groet febrik

    Stakende arbeiders bij Regout

    ‘’t Groet febrik’ van de Regouts heeft diepe sporen achtergelaten in het geheugen van Maastrichtenaren. De glas- en aardewerkfabrieken van Petrus Regout groeiden uit tot ware industriële complexen. In de glasblazerij van Regout werkten voornamelijk kinderen, ‘gamins’, zo’n twaalf uur per dag. Nachtdiensten waren heel gewoon en weekenden kende men niet. Glasblazer Jacob Robeers, de overgrootvader van Breur Henket, was een van die gamins.

    In 1895 leggen de glasblazers het werk neer. Zij kregen betaald per stuk, en het stukloon ging omlaag. Willem Vliegen is zelf aanwezig bij deze staking en refereert aan de uitspraak van Pierre Regout, de zoon van Petrus, die zei dat arbeiders hun lijden te danken hadden aan hun eigen onzedelijke gedrag:

    ‘Ziet hoe de grote heren over jullie, arbeiders, denken,’ riep Vliegen uit, ‘maar wie zou het meest zedeloze leven leiden, Regout of zijn blazers?!’

    Pierre doet concessies en de blazers gaan weer aan het werk. Dan is het in 1896 de beurt aan de 138 glasslijpers die staken als het stukloon verlaagd wordt. Deze staking duurt ruim een half jaar. Robeers wordt gearresteerd tijdens ‘ongeregeldheden tussen volk en politie’, omdat hij met stenen naar de politie zou hebben gegooid.

    Hij wordt uiteindelijk niet vervolgd, maar verliest wel zijn baan. Officieel is hij niet ontslagen, meldt Pierre Regout in de krant, maar moet hij wachten tot er weer werk voor hem is. Hier geloofden zijn collega’s uiteraard niets van. Veel fabrieksarbeiders durfden zich in deze tijd niet uit te spreken over de erbarmelijke situatie in de fabriek uit angst voor ontslag (wat meestal ook dakloosheid tot gevolg had: de meeste arbeiders woonden in huizen van Regout, die ze moesten verlaten als ze hun baan verloren).

    Stakingen waren niet het enige middel dat arbeiders inzetten in hun strijd voor betere omstandigheden. Zo schreven zes Regout-arbeiders in 1896, een maand vóór de staking, een brief aan het fabrieksbestuur. Louis Regout, een andere zoon van Petrus, had zijn arbeiders te allen tijde werk beloofd. ‘Niettegenstaande deze belofte konden wij gisteren namiddag niet werken en vragen wij ons af aan wien de Schuld, aan den Heer Louis of aan den employé?’

    Arbeiders waren in die tijd toch niet zo lijdzaam als men nu zou denken. Zij werden zich steeds meer bewust van hun uitbuiting en het besef dat het beter kon en moest, werd bevorderd door de opkomende arbeidersbeweging.

Achtergrond

Terug naar boven