Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

De rode geranium

  • eiske vp
    Eiske ten Bosch was de eerste vrouw die wethouder werd voor de SDAP. Ondanks een druk gezin en een gevangenisstraf.

    ‘Allen partijgenooten veel strijdlust gewenscht in 1927.’ Zo luidt de nieuwjaarsgroet van Eiske ten Bos-Harkema (1885-1962) en haar man Jan ten Bos (1879-1940) in Het Volk, het dagblad van de SDAP. Het is een tekenende boodschap van de eerste vrouwelijke SDAP-wethouder in Nederland.

    Eiske werd socialiste door eigen ervaring. Het faillissement van de bakkerij van haar ouders dwong haar op haar 14e tot werken als dienstbode bij een Groningse herenboer. Hier leerde ze hoe de sociale verhoudingen in elkaar staken en ze sympathiseerde met de arbeiders. Haar hele leven zou ze blijven strijden tegen armoede en werkloosheid en voor betere rechten voor arbeiders.

    In 1911 verhuisde Eiske met haar gezin naar het Drentse Gasselternijveenschemond. Hier werd ze in 1918 secretaris van de nieuw opgerichte SDAP-afdeling.  Slechts een jaar later stonden zij en haar man op de kieslijst voor de gemeenteraad van Gasselternijveen. Hoewel beiden niet werden gekozen lukte het Eiske in 1921 wel om een zetel te bemachtigen. Toen nog geen twee jaar later de SDAP in Gasselternijveen een wethouder mocht leveren kwamen Eiske of haar man in aanmerking. Omdat Jan een goed betaalde baan had was het praktischer dat Eiske het ging doen. Een bijzondere keuze voor die tijd.

    Wethouder zijn in een door mannen gedomineerd wereldje was niet altijd makkelijk. Eiske moest elke dag 3 uur lopen naar het gemeentehuis, ook toen ze zwanger was. Toen haar man ’s maandags op het gemeentehuis de geboorte van hun dochter kwam aangeven wilde de ambtenaar hem niet geloven: “Vrijdag werkte ze hier nog, en ik heb nooit gezien dat ze zwanger was.”

    Vanaf de jaren ’20 schreef Eiske ook voor Het Volk. Ze beschreef eens  een lokale politieagent die zijn handen niet thuis kon houden. Dat leverde haar een aanklacht wegens smaad en een maand gevangenisstraf op. In deze maand kreeg ze onder andere bezoek van Suze Groeneweg, het eerste vrouwelijke kamerlid, die een rode geranium meebracht. Die bloem werd voor Eiske het symbool van haar strijd. Bij haar vrijlating wachtte haar een toeterende zegetocht door het dorp.

    Tot 1931 was Eiske wethouder en daarna zat ze nog tot 1940, toen de ziekte van Jan haar dwong tot stoppen, in de gemeenteraad. In 1956 trok ze in bij haar jongste dochter in aan de toepasselijke Troelstralaan in Coevorden. Hier overleed ze 6 jaar later op 77 jarige leeftijd.

Achtergrond

Terug naar boven