Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

De rooie freule

  • chuygens
    De eerste vrouw in het SDAP-bestuur schreef sleutelromans, en kwam tragisch aan haar einde.

    Cornélie Huygens werd geboren op 13 juli 1848 in een gegoed gezin. Haar moeder, een jonkvrouw, overleed een aantal weken daarna. Cornélie werd vrijzinnig opgevoed door haar tante. Rond 1864 maakte ze kennis met Mina Kruseman, een performance-kunstenares die haar onder haar vleugels nam. Ze wilde zangeres worden en met hulp van Kruseman nam ze lessen in Brussel. Na anderhalf jaar moest ze concluderen dat ze te weinig talent had. Ze begon met schrijven en publiceerde een roman die literair niet veel voorstelde, maar goed genoeg verkocht om in haar levensonderhoud te voorzien.

    Kruseman had haar ingewijd in het feminisme  en Huygens begon vanaf de jaren 1890 artikelen te publiceren, geïnspireerd door het opkomend socialisme. Ze trad in 1894 toe tot de SDAP, waarin ze de ‘rooie freule’ werd genoemd, vanwege haar afkomst. In 1898 werd ze als eerste vrouw verkozen in het partijbestuur. Haar kennis van het Marxisme verbaasde velen en regelmatig ging ze openlijk de discussie aan met andersdenkende socialisten en feministen.  Ze raakte ook privé bevriend met partijleider Troelstra.


    Huygens verbond socialisme en feminisme. Ze beschouwde  het huwelijk als een plek waar  vrouwen  zich binden aan mannen van wie ze niet houden, om hun toekomst financieel veilig te stellen. Die visie zie je terug in haar romans. Zo ook in haar beste en bekendste werk, de sleutelroman Barthold Meryan, waarin de toenmalige SDAP-top beschreven wordt.   Verder meende ze dat daden (en niet klagen), de positie van de gegoede vrouw zouden helpen verbeteren.  Arme arbeidersvrouwen hadden het in haar optiek veel moeilijker, daarom hadden die recht op juridische en politieke emancipatie.

    Ondanks haar kritiek was een huwelijk op basis van liefde het persoonlijke ideaal van Huygens. Op 54-jarige leeftijd trouwde ze met de Duitser Ignatius Bahlmann, met wie ze al jaren een verhouding had. Hij was een financier die de socialisten in Duitsland en Nederland steunde. Op 2 oktober 1902 werd hun huwelijk voltrokken. Op de laatste dag van die maand liet ze thuis een briefje achter met daarop: “Mijn Ignaz zonder eenige haat ben ik uit het leven gegaan – vaarwel lieveling ik ga naar het Vondelpark”. Hierna verdronk ze zichzelf in de vijver van het Vondelpark, op dezelfde manier als de hoofdpersoon van haar boek Hoogenoord.’

Achtergrond

Terug naar boven