Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

Werkverschaffing

  • werkverschaffingvp
    Tijdens de economische crisis van de jaren ’30 waren veel arbeiders werkloos. De overheid stelde werklozen verplicht te werk.

    In de jaren dertig heerste er wereldwijd economische crisis. In Nederland was één op de vier arbeiders langer dan een jaar werkloos. De helft van de werkende Amsterdammers verloor zijn baan. In 1930 waren er 100.000 werklozen in Nederland, in 1936 waren dit er 480.000.

    Het krijgen van een uitkering was niet vanzelfsprekend. Mensen moesten soms meerdere keren per dag op vaste plekken en tijden stempels halen om zeker te zijn van steun. Er kon onverwachts gecontroleerd worden of er bijvoorbeeld écht niet gewerkt werd. Een radio hebben was luxe en mocht niet, dan werd de steun ook ingetrokken. Mensen waren arm en maakten zich zorgen om elke uit te geven cent. Een betrokkene herinnerde zich: “[in die tijd] beweerde mevrouw Colijn [de vrouw van minister-president Colijn] dat er nog zo veel vis aan vissenkoppen zat. Met andere woorden: die koppen waren nog goed genoeg voor de werkelozen”.

    Werkloosheid werd gezien als een voedingsbodem voor fascisme. Werken werd gezien als iets wat dit tegen kon gaan. Sommige werklozen werden door de overheid verplicht te werken in werkverschaffingsprojecten. Voor weinig geld moesten mensen verplicht werken voor de overheid, dit werd een ‘nuttige tijdsbesteding’ genoemd. Bij deze projecten werd niet gekeken hoe de werkloze was opgeleid en kon hij aan de andere kant van het land aan het werk gezet worden, zelfs voor blinden waren er projecten. Het kon gebeuren dat een Amsterdamse leraar aan het graven was in het veen in Groningen. Doordeweeks zaten deze mensen in werkkampen, van zaterdagavond tot zondag mochten ze naar huis. Het werk was eenvoudig, maar vaak zwaar. Sommigen werden uitgebuit. Aldert Bakker was opzichter in Groningen en zag twee mensen doodvallen tijdens hun werk.

    Door deze werkverschaffingsprojecten zijn veel openbare plekken gemaakt die we nu nog kennen: het Amsterdamse Bos, het Goffertpark in Nijmegen, stadion Galgenwaard in Utrecht, de Leidse Hout maar ook kamp Westerbork werden door werklozen gebouwd..

    Wie het werken in deze projecten weigerde te doen, of er niet toe in staat was, was op armenzorg aangewzen, wat een schande was. Er was veel protest tegen, in het bijzonder door de socialisten, die dit ‘slavernij zonder geslagen te worden’ noemden. 

Achtergrond

Terug naar boven