Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

De textielstaking van 1923-1924

  • vanheekvp
    In 1923 kwam in Enschede het gehele leven plat te liggen toen alle fabrieken hun deuren sloten omdat er in één fabriek werd gestaakt.

    Na de Eerste Wereldoorlog trok de Twentse textiel zichzelf weer uit het slop. Toch besloten de fabrikanten in 1922 de door de arbeiders zojuist binnengesleepte 48-urige werkweek weer op te voeren tot 53 uur, met daarbovenop de keus: 10% langer werken of 10% minder loon. In de fabriek Kremersmaten van Van Heek brak op 29 oktober 1923 een staking uit.

    Van Heek was één van de textielbaronnen die van oudsher de feodale touwtjes in handen hadden. Het was voor de vakbonden bijzonder lastig om de macht van deze mannen te breken. Hun machtigste wapen, dat zij al sinds 1888 hanteerden, was het zogeheten Twentse Stelsel: als in één van de fabrieken gestaakt werd, sloten alle aangesloten fabrieken uit het gebied eveneens de deuren, zolang de staking duurde. De solidariteit onder arbeiders werd daarmee ernstig op de proef gesteld, en het was onmogelijk om alle stakers en uitgeslotenen uit de stakingskas te betalen. Het ging bij de staking van 1923 om maar liefst 22.000 arbeiders die zonder werk kwamen te zitten.

    Niet dat de textielbaronnen er plezier uit haalden de arbeiders uit te sluiten, in tegendeel; ze zeiden de acties te betreuren omdat deze ‘slechts tot armoede voeren en tot verbittering aanleiding geven, in een tijd waarin in ons land rust en arbeid zo zeer van node is’. Veel sterker speelde het idee van een prestigestrijd: ‘Eerst moet de strijd uit zijn met een volledige overwinning van de werkgevers en op Kremersmaten het werk tegen het verlaagde loon hervat zijn, ook al moet er drie maanden langer om gevochten worden. Tegen elke prijs moet het denkbeeld, dat er ook maar enige medezeggenschap is verkregen, op welke manier dan ook, voorkomen worden,’ aldus werkgever Spanjaard in 1924.

    De staking in Kremersmaten van 1923-1924 had diepgaande gevolgen voor Enschede. Doordat alle textielarbeiders op straat stonden lag het openbare leven plat. Niemand had immers een cent te besteden, in een stad waar iedereen in de fabriek werkte. Enschedese bakkers deelden brood uit om de stakers en uitgeslotenen een hart onder de riem te steken. Toen SDAP-politicus Albarda voorstelde om de boeken erop na te slaan om te zien hoe het er met de financiële situatie voorstond, weigerden de fabrikanten dat. Jaren later bleek dat de fabrikanten in de jaren ’20 al weer veel winst boekten. Maar ze gaven niet toe, na ruim drie maanden bogen de stakers, en werkten de fabrieken weer.

Achtergrond

Terug naar boven