Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

De Winkel van Sinkel

  • De Winkel van Sinkel

    De komst van de warenhuizen naar Nederland

    Over winkelen en kerstbomen

    Nederland raakte in de negentiende eeuw achterop bij andere Europese landen. De golf van industrialisatie in België, het Duitse Ruhrgebied en Engeland ging aan Nederland voorbij. Daarom was Nederland ook minder aantrekkelijk voor migranten, die hun geluk liever in andere economieën gingen zoeken. Veel boeren en landarbeiders uit Nederland besloten in dezelfde tijd om nieuwe gronden te verkennen: het aantal emigranten overtrof in deze periode het aantal nieuwkomers.

    Een grote groep die nog wel toekomst zag in Nederland vormden de Duitse migranten (60% van het totale migratieaantal). Duitse marskramers, vaak afkomstig uit Münsterland, stopten hun tassen en zakken vol met goederen en gingen op reis om hun handel aan de man te brengen. Enkele van deze marskramers zouden een groot stempel drukken op de Nederlandse binnensteden. Zij richtten warenhuizen op, een fenomeen wat in Nederland in die tijd volledig nieuw was. In Utrecht verrees in 1839 de Winkel van Sinkel, een imposant gebouw waar de Utrechters hun ogen uitkeken. Het was het begin van een nieuwe traditie: winkelen, niet om de broodnodige boodschappen binnen te halen, maar om gezien te worden. Op deze manier ontstonden vele ketens die vandaag de dag nog steeds het aanzicht van de stad bepalen.

    Veel andere Duitse migranten hielden het bij hun bestaan als marskramer of seizoenarbeider. Typisch voor deze migrantengroepen is dat zij zich vaak concentreerden rond dezelfde gebieden en beroepsgroepen. Dit droeg waarschijnlijk ook bij aan de stigmatisering van migranten, die er in de beeldvorming vaak slecht van af kwamen. Duitsers werden afgeschilderd als halfgare kaffers, en het woord ‘mof’ had toen vooral de betekenis van een weinig spraakzame knorrepot. Het feit dat het merendeel van de Duitsers katholiek was, werd vaak als een bedreiging gezien van de protestantse Nederlandse cultuur.

    De overtuigende overwinning van Duitsland in de Frans-Duitse oorlog leidde tot een mengelmoes van angst en bewondering bij veel Nederlanders. Sommige mensen pleitten voor het invoeren van onderwijs en krijgstucht naar Pruisische maatstaven, terwijl anderen juist de eigen ‘nationale geest’ wilden bevorderen. In de pers heerste enige tijd de angst geannexeerd te worden, terwijl ook de culturele invloed gevreesd werd: de taal zou in toenemende mate aan het ‘vermoffen’ zijn. Aan de andere kant werden, zonder veel bezwaar, Duitse gebruiken en gewoontes overgenomen. De kerstboom in de winkeletalages is een typisch voorbeeld van zo’n Duits gebruik, dat uiteindelijk volkomen ingeburgerd zou raken in de Nederlandse cultuur.

Achtergrond

Terug naar boven