Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

Een boek tegen kinderarbeid

  • Een boek tegen kinderarbeid

    De schrijver J.J. Cremer komt in het geweer

    J.J. Cremer

    In 1863 betrad de populaire en sociaal bewogen schrijver J.J. Cremer het spreekgestoelte in het Haagse Diligentia om een in zijn ogen ‘vreselijke kwestie’ onder de aandacht van ministers en Kamerleden te brengen. Van de ministers kwam er helaas niemand opdagen, maar zijn oproep vond onder de gewone Nederlanders des te meer gehoor. Voor het eerst was er landelijke ophef over een wijdverbreid fenomeen dat tot dan toe door de vingers werd gezien: kinderarbeid, door kinderen vaak jonger dan tien jaar.

    Het probleem was al eerder aangekaart. Ingenieur De Vries Robbé was enkele jaren daarvoor door de overheid ingeschakeld om het stoomwezen te inspecteren, en hij was geschokt in de fabrieken vaak jonge kinderen aan het werk te zien. Niet alleen door de mensonterende arbeidsomstandigheden, maar ook omdat jongens en meisjes door elkaar werkten, wat de zedelijkheid tartte. Hij trok aan de bel, maar zijn rapport belandde onder in een la. Daarom besloot De Vries Robbé het via een andere weg te proberen. Hij benaderde de populaire schrijver Cremer. En nam hem mee naar een Leidse textielfabriek. Een goed plan, want de vurige toespraak van Cremer maakte veel los en zijn boek Fabriekskinderen waarin hij de wantoestanden beschreef, werd een onverbiddelijke bestseller.

    Kinderwetje

    Een groep Leidse fabrikanten steunde het werk van Cremer en stuurde een petitie naar de koning met een verzoek om wetgeving. De koning hield zich afzijdig, maar de publieke verontwaardiging die Cremers boek teweeg had gebracht stond toch aan de basis van de invoering van het kinderwetje van de liberaal Samuel van Houten (1874), dat een beperking van de kinderarbeid inhield voor kinderen tot twaalf jaar. Deze wet, die overigens geen betrekking had op sectoren als landbouw en thuiswerk, werd echter zo slecht nageleefd dat dit in de praktijk weinig uitgemaakt heeft.

    Dat veranderde pas toen dat steeds meer scholen gratis onderwijs aan gingen bieden, waardoor het makkelijker werd kinderen naar school te sturen. De invoering van de leerplicht in 1901 vormde hiervan de bezegeling. Omdat vanaf het eind van de 19e eeuw voor veel arme gezinnen het inkomen begon te stijgen, verdween daarmee heel langzaam ook de noodzaak van de kinderarbeid.

Achtergrond

Terug naar boven