Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

Het motto van Den Uyl

  • PvdA vp
    Het kabinet Den Uyl wil kennis, macht en inkomen spreiden.

    ... macht en inkomen. Dat is de leus van het kabinet van Joop Den Uyl (1973-1977). Het kabinet Den Uyl trad aan in een zware tijd: een internationale oliecrisis had in Nederland een enorme stijging van de werkloosheid en economische daling tot gevolg. Dat moest veranderen volgens Den Uyl.  Spreiding van kennis, macht en inkomen zou Nederland weer uit het slop trekken. Het kabinet geloofde dat het sturend kon optreden om echt veranderingen teweeg te brengen, in plaats van alleen vier jaar ‘op de tent te passen’.

    Den Uyl vond kennis belangrijk. Wanneer je als minister-president de spreiding van macht en inkomen als taak aanvaardde, kon je volgens hem niet om de verspreiding van kennis heen. Nederland was volgens Den Uyl verdeeld in twee kampen: economen die ‘het wel weten, maar elkaar tegenspreken’ en welzijnswerkers ‘die wel altijd spreken, maar het niet altijd weten’. Hij zocht  daar een balans in om de spreiding van kennis te bevorderen. Spreiding van educatie en informatie was essentieel.  Den Uyl wilde bibliotheken gratis maken voor kinderen en de ‘Middenschool’ invoeren, één middelbare schooltype voor  alle leerplichtige kinderen  


    De spreuk ‘kennis is macht’ is Den Uyl uit het hart gegrepen. Hij schreef wel dat ‘kennis is macht’ eigenlijk vervangen zou moeten worden door de uitspraak dat kennis toegang tot macht verschaft. Macht zorgt op zijn beurt weer voor de mogelijkheid tot het verder gebruik van kennis. Wie over kennis én macht beschikt, genereert gemakkelijk bezit en inkomen. Zo worden bedrijven steeds rijker en machtiger. Het is een zichzelf versterkend proces wat volgens Den Uyl doorbroken moet worden om de democratie te behouden en te verstevigen. Daarom voerde het kabinet de ondernemingsraden in bij bedrijven, en bepleitte het verdelen van winsten, ook onder werknemers.

    De spreiding van inkomen was ook een speerpunt: Den Uyl geloofde heilig in het Keynesiaanse model: de overheid moest geld in de economie pompen, zodat de consumenten meer konden besteden en zo de economie konden laten groeien. De belastingen waren hoog, wat vooral de rijkeren trof. De overheid regelde veel zelf, ten koste van de macht van het bedrijfsleven.  Het was dan ook niet verrassend dat Den Uyl een moeizame band met de werkgeversorganisaties had: Beide partijen wantrouwden elkaar tot op het bot.

    Het kabinetsmotto van Den Uyl zorgde zowel voor instemming als afwijzing in Nederland. Het was een tijd van heftige polarisatie. Vooral de VVD onder Hans Wiegel gebruikte de retoriek van Den Uyl als schietschijf. 

Achtergrond

Terug naar boven