Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

Hoog de lawei!

  • Hoog de lawei!

    De veenstaking in Nij Beets

    Turf

    De ontginning van turf in de venen was lange tijd een belangrijke bron geweest van werkgelegenheid in Groningen en Friesland. Maar eind 19e eeuw kreeg de industrie het zwaar en veel veenbazen gingen lagere lonen uitkeren om op de kosten te besparen. Voor veel veenarbeiders was dit een harde klap, zoals in Nij Beets. Staken bleef dan het enige machtsmiddel. Als er gestaakt werd ging de lawei, een soort kraan waaraan een mand werd opgehesen om de pauze af te kondigen, met een rode vlag eraan de lucht in.

    Domela schiet te hulp

    De veenarbeiders kenden al een lange geschiedenis van staking en sociale strijd. Maar dat iemand uit de hogere klassen zich met hen bemoeide, was voor velen bijzonder. Toen Ferdinand Domela Nieuwenhuis zich in de strijd mengde, was de verwondering dan ook groot in Nij Beets. De slechte omstandigheden na de koude winter en de kelderende prijzen van turf door de opkomst van petroleum en elektriciteit maakten dat de veenarbeiders met veel interesse de preken van de grote Domela aanhoorden. Dat hij uit eigen zak honderd gulden doneerde voor de stakingskas maakte hem tot een held.

    Op 21 april 1890 werd de staking uitgeroepen. Opgezweept door de woorden en daden van ‘ús ferlosser’ Domela leek dit voor de vijfduizend bijeengekomen arbeiders het moment om de eigen eisen kracht bij te zetten. Maar het waren de plaatselijke mannen zelf die het harde werk opknapten. Een standbeeld bij de hoofdbrug in Nij Beets herinnert nog altijd aan de appèlmeester Wiebe Hankel die in 1890 zijn medestakers motiveerde om te volharden in hun strijd.

    Er werd een stakersvereniging opgericht, die onderdeel was van de SDB. Domela’s invloed maakte dat de arbeiders inzagen dat zij zich moesten verenigen. In 1896 werd er zelfs een echte vakorganisatie opgericht, wat zou leiden tot een landelijke organisatie van landarbeiders. Er kwam een jongelingsvereniging (Houd Moed in de Strijd), een bibliotheek en een geheelonthoudersvereniging, want ‘drinkende arbeiders denken niet, en denkende arbeiders drinken niet’. Dat zei Domela zelf.

    De staking had helaas niet het gewenste effect, er brak onenigheid uit en de veenbazen willigden de eisen niet in. Domela’s inspanningen hadden desondanks een diepe indruk gemaakt in het dorpje. In het koopcontract van het inmiddels opgeheven café Bij de Brêge, waar de massa Domela ontmoette, kwam een clausule die garandeerde dat het portret van Domela nooit meer van de muur gehaald mocht worden.

Achtergrond

Terug naar boven