Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

Mislukte Marinus

  • marinusvdlubbevp
    Marinus van der Lubbe werd in 1934 onthoofd omdat hij een jaar eerder de Rijksdag in Berlijn in brand had gestoken.

    Op 27 februari 1933 werd de Rijksdag in Berlijn in brand gestoken. In het gebouw werd een jongen zonder bovenkleding aangetroffen: de communist Marinus van der Lubbe. Hitler zag dit als een alibi om eindelijk zijn tegenstanders aan te pakken en riep een noodverordening uit. Ruim 5000 mensen, waaronder vele communisten, werden opgepakt. Aan het einde van dat jaar werd Van der Lubbe ter dood veroordeeld en ondanks aanvragen voor gratie en andere pogingen hem in leven te houden werd hij op 10 januari 1934 onthoofd. De VARA was uit protest drie minuten stil op de radio, waarvoor ze door de Nederlandse regering bestraft werd met een uitzendverbod van een dag (wegens beledigen van een bevriend staatshoofd...).

    Wie was deze Nederlandse jongen? Van der Lubbe werd in 1909 geboren in een arm gezin in Leiden. De vader verliet hen en toen Marinus twaalf jaar oud was overleed zijn moeder. Op school haalde hij prima cijfers en vanaf zijn dertiende werd hij opgeleid tot metselaar, hij was erg sterk. Het moet een flinke klap zijn geweest toen hij op zijn zestiende kalk in zijn ogen kreeg en daardoor half blind werd.

    Tijdens zijn werk als metselaar was hij geïnteresseerd geraakt in het communisme. Na zijn ongeluk kon hij niet meer werken, hij kreeg een kleine invalidenuitkering. Hij ging veel lezen en sloot zich aan bij verschillende communistische groepen. Bij de Communistische Jeugdbond blonk hij uit door zijn durf en debatkunst, maar ook door zijn kracht die regelmatig te zien was bij opstootjes met de politie.

    In de jaren dertig werd hij onrustig. Hij wilde naar de Sovjet-Unie, maar dat mislukte een paar keer. Hij wilde als eerste Nederlander het kanaal bij Calais overzwemmen – hiermee kon vijfduizend gulden van tijdschrift Het Leven gewonnen worden – maar het weer was slecht en het mislukte. Tweemaal vroeg hij tevergeefs een lening aan bij Maatschappelijk Hulpbetoon om een vergaderzaal en bibliotheek voor arbeiders te openen. Na de eerste weigering gooide hij de ruiten van het gebouw in, waardoor hij een paar maanden de cel in verdween. Na de tweede keer ging hij in hongerstaking, totdat hij werd opgenomen in het ziekenhuis.

    Wanneer hij hoort dat Hitler aan de macht is in Duitsland en de socialisten en communisten daar opstandig worden, vertrekt hij naar Berlijn. Hij hoopt op revolutie. Eenmaal aangekomen merkt hij dat zijn kameraden gedesillusioneerd zijn wegens gebrek aan steun voor hun acties. Alsnog probeert hij de revolutie zelf te starten door een aantal overheidsgebouwen in brand te steken, maar dit mislukt. Een paar dagen later beproeft hij zijn geluk bij de Rijksdag. Dat lukt wel, met fatale gevolgen.

Achtergrond

Terug naar boven