Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

Oranjefuries in Leiden

  • koninggorillavp
    Eind negentiende eeuw organiseerden voorstanders van het koningshuis zich en vielen de anti-koningsgezinde socialisten aan.

    Gedurende de jaren tachtig en negentig van de negentiende eeuw waren ‘oranjefuries’ een terugkerend fenomeen. Dit hield in dat ‘oranjevrienden’, zelfverklaarde verdedigers van het Koningshuis (overigens zelf vooral arbeiders) socialisten aanvielen. De vroege socialisten waren namelijk felle tegenstanders van het erfelijke koningschap.  Een van de eerste oranjefuries vond plaats naar aanleiding van de zeventigste verjaardag van koning Willem III in 1887, ook wel Koning Gorilla genoemd. In Amsterdam raakten oranjevrienden zodanig opgewonden door het weigeren van socialisten om zich in oranje uit te dossen, dat ze in milities door de Jordaan trokken terwijl ze socialisten en hun huizen aanvielen. Dit soort incidenten vond ook plaats in steden als Rotterdam en Leiden. Straatverkopers van Recht voor Allen waren hierbij regelmatig de klos.

    In Leiden was de groep socialisten klein. Er heerste een antisocialistische sfeer. Domela Nieuwenhuis was al eens geweerd uit de sleutelstad, en uitspraken van de Leidse timmerman Mattheus Looze droegen bij aan de polarisatie. Na een paar drankjes noemde hij in 1886 kroonprinses Wilhelmina publiekelijk een ‘hoerenkind’, wat breed werd doorverteld, waarbij Loozes socialistische overtuiging vanzelfsprekend niet onvermeld bleef.

    In 1887 werd de verjaardag van de koning in Leiden gevierd met een optocht. Lokale socialisten begonnen een eigen protestoptochtje. Dit zorgde voor een klein opstootje. Een aantal socialisten werd opgepakt maar de sfeer bleef relatief kalm. Dit veranderde na een week. Op 26 februari werd een verkoper van Recht voor Allen belaagd door een groep oranjevrienden, waarbij hem de kleren van het lijf gescheurd werden. Voordat het echt uit de hand liep greep de politie in. Maar de groep trok verder door de stad, terwijl ze ramen van socialisten ingooiden en hun huizen en stamkroegen plunderden. Dit ging de volgende dagen door. Pas drie dagen later verordonneerde de gemeente een samenscholingsverbod. Dit bleef van kracht tot 4 maart. De hele maand trokken nog groepen jongeren door de stad, terwijl ze orangistische liederen ten gehore brachten.

    Leiden was niet de enige stad waar de oranjefurie woedde. De kranten meldden opstootjes en rellen in het hele land, meestal in afkeurende bewoordingen. Sommige kranten twijfelden ook of de politie wel juist gehandeld had. In alle gevallen werd pas laat ingegrepen, vaak na veel schade aan het socialistische lijf en goed. In Leiden kregen de politieagenten overigens van het stadsbestuur een beloning voor de ‘voortreffelijke wijze’ waarop ze gehandeld hadden om de orde te handhaven en de rust te herstellen.  

Achtergrond

Terug naar boven