Was te zien bij de VARA op

Was te zien bij de VARA op

Ze had geen keus

  • naaiatelier
    Maria Janssen

    Mijn moeder Corrie Kerkhof wilde onderwijzeres worden. Ze ging met haar moeder naar de hoofdonderwijzer van de school om te vragen of dit mogelijk was.

    De moeder van Corrie zat op de stoel voor het bureau van de meester en Corrie stond schuin achter haar, half verscholen achter de leuning. Hij wist dat het zou gaan over Corries laatste jaar op school en hij had zelf al een voorstel klaar. De school kende een zevende leerjaar voor de betere leerlingen en Corrie kon daar zeker voor in aanmerking komen. Hij wist niet of het voorstel in goede aarde zou vallen want hij wist dat Corries vader metselaar was, dat haar moeder uit werken ging en dat een groot deel van het huishouden op Corries jonge schouders rustte. Het was een wonder, dat ze nooit verzuimde en het er op school zo goed van af bracht. Maar het was zijn plicht om dit voorstel wel naar voren te brengen. Maar voordat hij zijn keel geschraapt had, het voor hem liggende papier had kunnen raadplegen, had juffrouw Kerkhof al het woord genomen. 'Meester Van Leeuwen, ik heb een verzoek.' 'Wel juffrouw Kerkhof zegt u het eens.' 'Mijn dochter heeft mij verteld, dat ze heel graag onderwijzeres wil worden.'

    Er viel een diepe stilte, waarin alleen het geluid van de klok te horen was, die de minuten wegtikte. Het kunnen ook seconden geweest zijn. Meester Van Leeuwen nam de tijd om na te denken over dit ingewikkelde verzoek. Hij legde het voor zich liggende papier opzij, steunde met z'n ellebogen op tafel en vouwde z'n handen in elkaar. Mijn grootmoeder keek de meester recht aan. Corrie durfde niet te kijken en richtte haar blik op het schilderij dat rechts achter het bureau hing. 'Wel juffrouw, Kerkhof, daar overvalt u mij toch mee.' Mijn grootmoeder knikte beleefd, alsof zij niet anders verwacht had. Het was een probleem. Maar de oplossing zat tegenover haar. Althans dat dacht ze. 'Het zal heel moeilijk zijn, juffrouw Kerkhof.' Mijn grootmoeder wachtte geduldig af. 'Het zal veel financiële offers vragen. Uw dochter zal er naar gekleed moeten gaan. En dan komen er nog kosten bij, zeker de eerste jaren, zoals boeken bijvoorbeeld en wat schrijfgerei. En u heeft nog vier kinderen. Als u op die manier met Corrie begint, dan komen straks de andere kinderen ook en kunt u dat allemaal wel opbrengen en …….'

    De stem van meester Van Leeuwen werd voor Corrie een zacht gebrom waar zij niet meer naar kon luisteren. Zij voelde een prop in haar keel komen, die haar lichamelijk pijn deed. De pijn gleed naar beneden naar haar borstkas en maakte het ademhalen moeilijk. Tegelijk moest zij vechten tegen opkomende tranen. Ze sperde haar ogen wijd open, ze wist dat je de tranen zo kon tegenhouden. Je moest dan niet met je ogen knipperen anders rolden ze toch over het randje heen. Ze was zo bezig met pijn en tranen, dat ze niet merkte dat er een vraag tot haar gericht werd, en ze kon niet antwoorden. Haar moeder bespaarde haar het antwoord door op te staan en de meester de hand te schudden. Ze was blij dat ze konden gaan. In dat korte verblijf was het haar vertrouwde kamertje vijandig gebied geworden.

    Toen ze buiten stonden ontsnapte er toch een traan, maar moeder was er ook niet best aan toe. 'Het kan niet meid,' was het enige wat ze verdrietig zei. Maar Corrie kon nog steeds niet praten. 'Je mag wel naar de zevende klas.' Corrie schudde heftig van nee. Als ze geen onderwijzeres kon worden, wilde ze niks meer, helemaal niks.  Enkele maanden later werkte ze op een naaiatelier van 's morgens zeven uur tot 's avonds zeven uur voor twee kwartjes per week als 'speldenmeisje'. Ze moest over de vloer kruipen en de naalden en de spelden uit de restanten stof plukken. Je moest niet te diep inademen, anders kreeg je voortdurend niesbuien. Ter afwisseling mocht ze soms een japon naar een klant brengen.

    Terwijl mijn moeder op de grond kroop en de spelden en naalden bij elkaar zocht, werd in 1919 het vrouwenkiesrecht ingevoerd. Terwijl mijn grootvader iedere dag 's morgens om zes uur met zijn zakje brood en zijn emaillen kruikje naar zijn aangenomen klus liep, werd in 1919 de achturige werkdag ingevoerd. Er was hard voor gestreden.

Achtergrond

Terug naar boven